ECLI:NL:RVS:2016:153
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N.S.J. Koeman
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade wegens risicoaanvaarding na voorbereidingsbesluit
De erven van een overledene dienden een aanvraag in voor tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering van hun perceel door een nieuw bestemmingsplan dat de bouwmogelijkheid van een vrijstaande woning op het perceel liet vervallen. Het college wees de aanvraag af met het argument dat de negatieve planologische verandering voorzienbaar was vanwege een eerder vastgesteld voorbereidingsbesluit uit 2006.
De rechtbank verklaarde het beroep van de erven ongegrond, waarna de erven hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het voorbereidingsbesluit een concreet en openbaar beleidsvoornemen vormde waaruit de erven konden afleiden dat de bouwmogelijkheid zou vervallen. Bovendien hadden zij ruim vier jaar de tijd gehad om de bouwmogelijkheid te benutten, maar hebben geen serieuze poging daartoe gedaan.
De Raad van State bevestigde dat de erven het risico van waardevermindering hebben aanvaard en dat de planschade daarom voor hun rekening blijft. De WOZ-waardering als bouwgrond en het tijdsverloop tussen voorbereidingsbesluiten deden hieraan niet af. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade wegens voorzienbaarheid en risicoaanvaarding.