ECLI:NL:RVS:2016:1554
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens niet-gemelde arbeid
De vreemdeling, van Turkse nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor arbeid in loondienst bij een werkgever die een tewerkstellingsvergunning bezat. De dienstbetrekking eindigde in december 2012. De staatssecretaris had de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot oktober 2009, omdat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet had gemeld bij het UWV en geen sociale premies had afgedragen.
De vreemdeling voerde aan dat hem de fouten van de werkgever niet konden worden toegerekend, omdat hij niet op de hoogte was van de fraude. De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling legale arbeid had verricht vanaf 7 oktober 2009 tot 1 december 2012 en daardoor rechten had opgebouwd op basis van besluit nr. 1/80 en de Wet arbeid vreemdelingen.
De Raad vernietigde het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank Den Haag, verklaarde het hoger beroep gegrond en beval dat de staatssecretaris nieuwe besluiten neemt met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten tot intrekking van de verblijfsvergunning worden vernietigd.