ECLI:NL:RVS:2016:1662
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake weigering verwijdering politiegegevens uit HKS en BVH
Appellant verzocht de korpschef om verwijdering van zijn politiegegevens uit het Herkenningsdienst Systeem (HKS) en de Basisvoorziening Handhaving (BVH). De korpschef wees dit verzoek af op grond van geldende bewaartermijnen en het belang van de politie-informatievoorziening. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde de besluiten, maar hield de rechtsgevolgen in stand.
Appellant stelde dat het begrip 'recidive' onjuist werd toegepast en dat alleen bij veroordeling gegevens mogen worden geregistreerd. De Raad van State oordeelde dat de Wet politiegegevens en het Privacyreglement ruimte bieden voor registratie van gegevens ook bij sepot 02 en kennisgeving van niet verdere vervolging, omdat daarmee niet vaststaat dat de verdenking onterecht was.
De Raad van State bevestigde dat de belangenafweging door de korpschef juist was en dat de gegevens niet onrechtmatig werden verwerkt. Ook de registratie in de BVH werd terecht gehandhaafd omdat de bewaartermijn nog niet was verstreken en de gegevens noodzakelijk waren voor de politietaak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.