ECLI:NL:RVS:2016:1669
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding rechtsbijstand bij financieel belang onder 500 euro
Bij afzonderlijke besluiten heeft de raad de aanvragen van appellante om vergoeding van verleende rechtsbijstand afgewezen omdat het financieel belang van de zaken minder dan €500 bedroeg. De bezwaarcommissie adviseerde het bezwaar ongegrond te verklaren, omdat geen zwaarwegende belangen aanwezig waren die een toevoeging rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde eveneens dat de besluiten niet in strijd waren met de Wet op de rechtsbijstand en het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria en verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het belang van haar cliënte hoger was dan €500, onder meer vanwege een langdurigheidstoeslag, maar dit werd door de Afdeling verworpen.
De Afdeling overwoog dat de beroepsprocedure niet gericht was op het intrekken van de opgelegde maatregel en dat het belang van de cliënte beperkt bleef tot het bedrag van de maatregel of de afwijzing van de toeslag. De raad had bij vergissing een vergoeding toegekend in de bezwaarprocedure, maar dat rechtvaardigde geen vergoeding in de beroepsprocedure.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding bevestigd.