ECLI:NL:RVS:2016:1709
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestemmingsplan 3e herziening Landelijk Noord wegens privaatrechtelijke en ruimtelijke bezwaren
De raad van de gemeente Amsterdam stelde op 30 september 2015 het bestemmingsplan '3e herziening van het bestemmingsplan Landelijk Noord' vast. Appellante, eigenaar van een nabijgelegen perceel, stelde beroep in tegen dit besluit omdat zij bezwaar had tegen de bestemming 'Wonen' voor een strook grond die volgens haar nog steeds bij haar perceel hoort. Zij betwistte de rechtsgeldigheid van een vaststellingsovereenkomst die een nieuwe grens vastlegt en vreesde privaatrechtelijke belemmeringen en ruimtelijke nadelen zoals aantasting van het beschermde dorpsgezicht, brandgevaar en geluidoverlast.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat er geen evidente privaatrechtelijke belemmering bestaat, omdat de vaststellingsovereenkomst niet is ontbonden en naar verwachting binnen de planperiode zal worden ingeschreven in de openbare registers. De ruimtelijke belangen zijn voldoende beschermd door de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' die het beschermde dorpsgezicht waarborgt. De stelling van appellante over brandgevaar en geluidoverlast werd niet zwaarwegend geacht.
Ook het beroep op het ladderrecht faalde, aangezien dit recht niet wordt belemmerd en onderhoud aan de woning is geregeld in de vaststellingsovereenkomst. Het betoog over strijd met het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn. De vermeende termijnoverschrijding door de raad leidde niet tot onbevoegdheid. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan is ongegrond verklaard en het plan blijft ongewijzigd van kracht.