ECLI:NL:RVS:2016:1710
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R. van der Spoel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid college tot handhaving niet-vergunde tweede uitrit te Zegveld
Het college van burgemeester en wethouders van Woerden weigerde aanvankelijk handhavend op te treden tegen een niet-vergunde tweede uitrit op een perceel te Zegveld, waarna bezwaar werd gemaakt door een derde partij. Na heroverweging werd een last onder dwangsom opgelegd aan de eigenaresse van het perceel, appellante, die hiertegen bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat het college terecht handhavend optrad omdat sprake was van een verbreding van een bestaande uitweg waarvoor een omgevingsvergunning vereist is.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de besluiten onvoldoende waren gemotiveerd, dat het college ten onrechte van inzicht was veranderd en dat het houten hekwerk geen daadwerkelijke verbreding van de uitweg vormde. De Raad van State verwierp deze bezwaren en bevestigde dat het college op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de gemeentelijke verordening bevoegd was om handhavend op te treden.
Daarnaast werd geoordeeld dat de intrekking van de last onder dwangsom door het college geen terugwerkende kracht had en dat de invordering van reeds verbeurde dwangsommen rechtmatig was. De beroepen van appellante tegen latere besluiten tot invordering en verlenging van termijnen werden eveneens ongegrond verklaard.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de betrokken partijen ongegrond, waarmee het college in het gelijk werd gesteld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het college bevoegd was om handhavend op te treden en verklaart het hoger beroep van appellante ongegrond.