ECLI:NL:RVS:2016:1715
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- R. van der Spoel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor molen als één-kamer-hotel ondanks bezwaren over ruimtelijke kwaliteit en noodzaak
Het college van burgemeester en wethouders van Schagen verleende op 4 februari 2014 een omgevingsvergunning voor het oprichten van een één-kamer-hotel in de vorm van een molen op een perceel te Schagen. Appellanten, wonend nabij het perceel, maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege onder meer de aantasting van het open landschap en de Westfriese Omringdijk.
De rechtbank stelde in eerdere uitspraken dat het project niet in strijd was met de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), maar dat het college het project aan het verkeerde planologische regime had getoetst en dat een vergunning voor het wijzigen van een monument nodig was. Na herstel van gebreken verleende het college een gewijzigde vergunning, waartegen opnieuw beroep werd ingesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond en vernietigde dit gedeeltelijk, maar wees het beroep tegen het tweede besluit af.
In hoger beroep stond centraal of het project voldeed aan de noodzaakseisen van artikel 14 PRV Pro, de mogelijkheid van alternatieven binnen bestaand bebouwd gebied (BBG), en de ruimtelijke kwaliteitseisen van artikel 15 PRV Pro. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het project primair de realisering van een molen betreft die als publiekstrekker dient en dat de kleinschalige hotelfunctie noodzakelijk is als kostendrager. De noodzaak voor de molen werd voldoende aannemelijk geacht, en het college hoefde niet te toetsen aan regionale behoefte aan een één-kamer-hotel. Ook werd geoordeeld dat de molen vanwege functionele eisen niet binnen BBG kan worden gerealiseerd.
Ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit concludeerde de Afdeling dat het project voldoet aan de eisen uit de PRV en dat de bezwaren over verstoring van de dijk en het landschap onvoldoende waren onderbouwd. Het college had de ruimtelijke kwaliteit deugdelijk gemotiveerd en het advies van gedeputeerde staten en de adviescommissie Ruimtelijke Ordening ondersteunden dit standpunt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunningverlening voor de molen als één-kamer-hotel en verklaart het hoger beroep ongegrond.