ECLI:NL:RVS:2016:1736
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over kinderopvangtoeslag en proceskostenveroordeling
Appellante had voor 2013 kinderopvangtoeslag aangevraagd, maar de Belastingdienst/Toeslagen stelde het voorschot op nihil en vorderde terugbetaling wegens vermeend ontbreken van een ouder-kindrelatie en schriftelijke overeenkomst.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit maar liet de rechtsgevolgen in stand en wees een proceskostenvergoeding toe van €980. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank appellante ten onrechte niet in de gelegenheid stelde om aanvullende plaatsingsbewijzen te overleggen en dat de proceskostenvergoeding onvolledig was.
De Afdeling stelt vast dat de overgelegde plaatsingsbewijzen voldoen aan de wettelijke eisen en dat appellante heeft aangetoond de kosten daadwerkelijk te hebben betaald via verrekening met een rekening-courantvordering. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand blijven, en de Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Verzoeken om herziening van toeslagen voor 2014 en 2015 worden niet toegewezen omdat deze niet tot het geschil behoren.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand blijven, en de Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.