ECLI:NL:RVS:2016:1762
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris wees op 24 september 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar van de vreemdeling tegen dit besluit op 16 maart 2016 ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de voorzieningenrechter ten onrechte artikel 78 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 toepaste om het bezwaar te beoordelen, omdat dit artikel geen bevoegdheid geeft voor besluiten over inreisverboden. Hierdoor trad de voorzieningenrechter buiten zijn bevoegdheid, wat appel niet uitsluit.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en beveelt dat de staatssecretaris opnieuw beslist op het bezwaar van de vreemdeling. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 496,00, maar niet tot vergoeding van griffierecht omdat de vreemdeling hiervan is vrijgesteld. De uitspraak is gedaan door lid van de enkelvoudige kamer N. Verheij op 14 juni 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe beslissing.