ECLI:NL:RVS:2016:1766
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak inzake intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 12 december 2014 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken, haar Nederland onmiddellijk te verlaten opgedragen en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het inreisverbod betrof en vernietigde het besluit van 5 maart 2015.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen de uitspraken van de rechtbank, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde tegen het terugkeerbesluit. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk is omdat het geen nieuwe grieven bevatte.
De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris het besluit van 5 maart 2015 deugdelijk had gemotiveerd, onder meer door mee te wegen dat de vreemdeling en haar referent onjuiste gegevens hadden verstrekt en dat het gezinsleven uitsluitend in Nederland kon worden uitgeoefend. De grieven van de staatssecretaris slaagden en de uitspraken van de rechtbank werden vernietigd. Het beroep van de vreemdeling werd alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk en de uitspraken van de rechtbank worden vernietigd.