ECLI:NL:RVS:2016:1768
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vertrekplicht in besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris nam deze aanvraag op 9 februari 2016 niet in behandeling en legde daarbij onterecht een vertrekplicht op aan de vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de opgelegde vertrekplicht onterecht was en vernietigde het besluit voor zover deze verplichting was opgenomen. De aanvraag zelf werd echter terecht niet in behandeling genomen, en dat deel van het besluit bleef in stand. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Hiermee werd de rechtsbescherming van de vreemdeling versterkt zonder het besluit over de aanvraag zelf te wijzigen.
Uitkomst: Het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen blijft staan, maar de onterechte vertrekplicht wordt vernietigd.