ECLI:NL:RVS:2016:1778
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling in hoger beroep over afwijzing verblijfsvergunning asiel en rechtsgevolgen besluit
Bij besluit van 13 januari 2016 wees de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde ambtshalve een reguliere verblijfsvergunning toe te kennen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond was omdat zijn argumenten geen vragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het hoger beroep van de staatssecretaris was gegrond omdat de rechtbank ten onrechte geen toepassing gaf aan artikel 8:72, derde lid, van de Awb om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten.
De Raad van State vernietigde daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand liet en bepaalde dat deze rechtsgevolgen volledig gehandhaafd blijven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €496,00 aan de vreemdeling. De overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank bleven bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard, dat van de staatssecretaris gegrond, en de rechtsgevolgen van het besluit van 13 januari 2016 blijven in stand.