ECLI:NL:RVS:2016:1822
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor garage ondanks bestemmingsplanwijziging en bouwverordening
Het college van burgemeester en wethouders van Best verleende op 17 maart 2015 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een garage op een perceel te Best. De vergunning werd aangevochten door een appellant die stelde dat de garage deels op twee percelen was voorzien en dat de vergunning onterecht was verleend in strijd met het bestemmingsplan en de gemeentelijke bouwverordening.
De rechtbank oordeelde dat de vergunning terecht was verleend, mede omdat de kadastrale perceelgrenzen waren gewijzigd zodat de garage zich geheel op één perceel bevond. De rechtbank stelde ook vast dat de bouwverordening deels buiten toepassing bleef vanwege het bestemmingsplan en dat de relevante bouwregels waren nageleefd.
De appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State, die het oordeel van de rechtbank bevestigde. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde dat het bouwplan in zijn geheel moest worden beoordeeld, dat de feitelijke situatie leidend was en dat de bouwverordening niet tot vernietiging van de vergunning leidde. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.