ECLI:NL:RVS:2016:1824
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verzoek uitstel uitzetting wegens medische mantelzorg
De vreemdeling, met de Albanese nationaliteit, had een verzoek ingediend om haar uitzetting uit Nederland uit te stellen op grond van haar medische situatie en de noodzaak van mantelzorg. De staatssecretaris wees dit verzoek af, waarna de vreemdeling bezwaar maakte dat eveneens werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris.
De Raad van State oordeelt echter dat de rechtbank ten onrechte het besluit heeft vernietigd. De staatssecretaris mocht ervan uitgaan dat de vreemdeling onvoldoende concrete onderbouwing had geleverd voor het ontbreken van noodzakelijke mantelzorg in het land van herkomst. De brief van de sociaal psychiatrisch verpleegkundige, hoewel inhoudelijk ondersteunend, is niet opgesteld door een medisch specialist en steunt op de verklaringen van de vreemdeling zelf.
Verder is vastgesteld dat de vreemdeling in het verleden een verblijfsvergunning had op grond van haar status als slachtoffer-aangever van mensenhandel, maar dat deze vergunning niet betekent dat haar verklaringen over haar verleden vaststaan. De Raad van State vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.