ECLI:NL:RVS:2016:1844
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep kinderopvangtoeslag 2011
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de tegemoetkoming kinderopvangtoeslag van appellant voor 2011 aanvankelijk op nihil vast, maar na bezwaar werd dit bedrag definitief vastgesteld op €27.144. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat de dienst volledig aan het bezwaar had voldaan, waardoor appellant geen belang had bij verdere uitspraak.
Appellant stelde in hoger beroep dat zij wel degelijk belang had omdat zij het niet eens was met de verrekening van het bedrag door de Belastingdienst/Toeslagen en dat zij ten onrechte niet ter zitting was gehoord, doordat zij door een misverstand de zitting miste.
De Raad van State bevestigde dat appellant recht heeft op de toeslag, maar dat de rechtbank terecht oordeelde dat appellant geen belang had bij het beroep omdat de toeslag was toegekend. De vermeende verrekening was niet onderdeel van het bestreden besluit en tegen verrekening bestaan geen rechtsmiddelen. Wel werd het hoger beroep gegrond verklaard vanwege het niet horen van appellant, waardoor de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd.
De Raad van State verklaarde het beroep alsnog niet-ontvankelijk en wees een terugbetaling van het betaalde griffierecht toe. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard ondanks gegrondverklaring hoger beroep wegens niet horen.