ECLI:NL:RVS:2016:191
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkverklaring bezwaar ligplaatsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Delfzijl verleende op 18 mei 2010 een ligplaatsvergunning aan belanghebbenden voor een woonark aan een locatie te Termunterzijl. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar op 13 juni 2013 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde dat hij niet tijdig schriftelijk op de hoogte was gesteld van de vergunningverlening en dat hij pas op 17 juni 2012 daadwerkelijk kennis had genomen van het besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het college appellant niet schriftelijk had geïnformeerd en dat er geen publicatie had plaatsgevonden. Jurisprudentie vereist dat een belanghebbende die niet de aanvrager is, binnen twee weken na daadwerkelijke kennisname bezwaar maakt.
De Afdeling oordeelde dat de vermeende kennisname op 28 mei 2012 niet aannemelijk was en dat appellant pas op 17 juni 2012 op de hoogte was. Aangezien het bezwaar binnen twee weken daarna werd ingediend, was de termijnoverschrijding verschoonbaar. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 13 juni 2013 en de uitspraak van de rechtbank, en beval het college een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit is ontvankelijk verklaard en het besluit niet-ontvankelijkverklaring is vernietigd.