ECLI:NL:RVS:2016:1972
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigen bijdrage bij opvolgend deskundigenoordeel in gesubsidieerde rechtsbijstand
Appellant verzocht om overname van een toevoeging voor rechtsbijstand door een andere advocaat, waarbij de Raad een eigen bijdrage van €193 oplegde wegens een opvolgend deskundigenoordeel. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de uitleg van het begrip 'opvolgend deskundigenoordeel' en de rechtmatigheid van de opgelegde eigen bijdrage. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het begrip ook de overname van een zaak door een andere rechtsbijstandverlener omvat, conform het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand (Bebr) en het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr 2000). De Raad heeft de laagste eigen bijdrage terecht opgelegd omdat appellant geen dwingende reden voor overname heeft gesteld.
Appellant stelde dat de eigen bijdrage de toegang tot een effectief rechtsmiddel belemmert en in strijd is met artikel 13 EVRM Pro. De Raad van State oordeelt dat de beperking proportioneel is en een gerechtvaardigd doel dient, namelijk het beheersbaar houden van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. De mogelijkheid om in bijzondere gevallen af te zien van de eigen bijdrage waarborgt voldoende flexibiliteit.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de opgelegde eigen bijdrage bevestigd.