ECLI:NL:RVS:2016:1975
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunning uitbreiding geitenhouderij onder Natuurbeschermingswet 1998
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 24 november 2014 een vergunning op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 voor de uitbreiding van een geitenhouderij aan een locatie in Overijssel. Tegen dit besluit maakten meerdere appellanten bezwaar, waarvan een deel niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan belang. De overige bezwaren werden ongegrond verklaard.
Appellanten voerden onder meer aan dat er geen juiste saldering had plaatsgevonden en dat verschillende rekenmethodes onterecht waren toegepast. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de appellanten onvoldoende verwevenheid van hun belangen met het beschermde Natura 2000-gebied konden aantonen vanwege de afstand van circa 5,5 kilometer. Hierdoor strekken de normen van de Natuurbeschermingswet 1998 niet tot bescherming van hun belangen, zodat hun inhoudelijke beroepsgronden buiten beschouwing werden gelaten.
Verder werd geoordeeld dat het beroep op Europese milieuregelgeving en op het EVRM niet slaagt, omdat deze niet rechtstreeks door particulieren kunnen worden ingeroepen in deze context en omdat de vergunning slechts betrekking heeft op natuurbehoud en niet op bescherming tegen gezondheidsrisico's of eigendomsinbreuk. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard voor enkele appellanten en ongegrond voor de overige.
Uitkomst: Het beroep van enkele appellanten wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en het beroep voor het overige ongegrond verklaard, waarmee de vergunning wordt bevestigd.