ECLI:NL:RVS:2016:199
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen informatieve brief kinderopvangtoeslag
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant waarin het bezwaar tegen een brief van de Belastingdienst/Toeslagen van 22 mei 2014 niet-ontvankelijk werd verklaard. De brief betrof een mededeling over de stand van zaken van de terugvordering van kinderopvangtoeslag over 2009. De rechtbank oordeelde dat deze brief geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb is, en daarom niet vatbaar voor bezwaar.
Appellant had bezwaar gemaakt tegen deze brief, maar de rechtbank vernietigde het besluit van 30 september 2014 waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard en stelde dat het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk was. Appellant voerde aan dat de brief wel een besluit was en dat de termijnoverschrijding voor het indienen van bezwaar tegen eerdere besluiten verschoonbaar was vanwege verhuizing, maar deze argumenten werden verworpen.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen inhoudelijke beoordeling gegeven van de gronden van appellant omdat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Ook is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.