ECLI:NL:RVS:2016:2
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit huurtoeslag wegens onjuiste medebewonerstoerekening
Appellante kreeg een voorschot huurtoeslag voor een woning die zij in 2011 bewoonde. De Belastingdienst stelde de toeslag definitief op nihil omdat een medebewoner op hetzelfde adres was ingeschreven, waardoor het gezamenlijke inkomen boven de grens lag. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij een zelfstandige woning op de eerste etage bewoonde, gescheiden van de medebewoner op de tweede etage, met eigen voorzieningen en afsluitbare toegangsdeur. Zij bracht diverse bewijsmiddelen in, waaronder verklaringen, huurovereenkomsten, foto's en video's. De Raad van State oordeelde dat appellante voldoende objectiveerbaar bewijs had geleverd dat sprake was van een zelfstandige woning.
De Belastingdienst had ten onrechte het inkomen van de medebewoner bij het toetsingsinkomen van appellante betrokken. Het besluit op bezwaar werd vernietigd en de Belastingdienst werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst om de huurtoeslag op nihil te stellen wordt vernietigd en de Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.