ECLI:NL:RVS:2016:2000
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens vermeend ernstig niet-politiek misdrijf
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 22 januari 2014 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op vanwege ernstige vermoedens van het plegen van ernstige, niet-politieke misdrijven, namelijk seksueel misbruik van minderjarige neven.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat het seksueel misbruik als een ernstig, niet-politiek misdrijf kon worden aangemerkt. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door deze motivering te toetsen, terwijl de vreemdeling dit niet had betwist. Daarom vernietigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor herbeoordeling, waarbij de rechtbank moet aannemen dat sprake is van een ernstig, niet-politiek misdrijf en vervolgens moet beoordelen of er ernstige redenen zijn om de vreemdeling hiervoor verantwoordelijk te houden.
De Afdeling stelde tevens de proceskosten in hoger beroep vast en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.