ECLI:NL:RVS:2016:2004
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende beoordeling geloofwaardigheid
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 3 februari 2014 de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de geloofwaardigheid van het asielrelaas van vreemdeling 1, waarbij de staatssecretaris stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij het asielrelaas niet geloofwaardig mocht achten ondanks het iMMO-rapport dat psychische klachten bevestigde. De staatssecretaris verwees naar het eerdere MediFirst-advies van mei 2013, dat beperkingen in verklaringsmogelijkheden van vreemdeling 1 aanwees en waarmee rekening was gehouden tijdens de asielgehoren.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank niet had onderkend dat de staatssecretaris zijn standpunt over de geloofwaardigheid van het asielrelaas terecht baseerde op de verklaringen van vreemdeling 1 tijdens de gehoren. Het iMMO-rapport bracht geen nieuwe beperkingen aan het licht die niet al in het MediFirst-advies waren meegenomen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast stelde de Afdeling de proceskosten in hoger beroep vast op €496 en bepaalde dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling.