ECLI:NL:RVS:2016:2059
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bescherming in Oekraïne
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 24 september 2015 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 oktober 2015 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en klaagde dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand had gelaten. De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Oekraïne problemen zou ondervinden vanwege zijn homoseksuele gerichtheid.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de staatssecretaris zijn primaire standpunt onvoldoende had gemotiveerd, met name omdat niet was ingegaan op de stelling van de vreemdeling dat hij in Oekraïne uiting wil geven aan zijn homoseksualiteit. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 496,00.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.