ECLI:NL:RVS:2016:210
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bijwerking Basisregistratie Kadaster na onteigeningsgeschil
De zaak betreft een hoger beroep van appellant en anderen tegen het besluit van de hoofdbewaarder van het Kadaster over de bijwerking van de Basisregistratie Kadaster (BRK) naar aanleiding van een onteigeningsvonnis. De rechtbank had het bezwaar van appellant tegen de bijwerking van de BRK ongegrond verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de hoofdbewaarder mocht afgaan op een verklaring van non-cassatie van de griffier.
De Afdeling overweegt dat de hoofdbewaarder een actieve rol heeft bij de beoordeling van inschrijvingen in de openbare registers en dat bij onduidelijkheid over de rechtsgeldigheid van een onteigeningsvonnis terughoudendheid geboden is bij het wijzigen van eigendomsgegevens in de BRK. Omdat het onteigeningsvonnis pas kracht van gewijsde kreeg na het arrest van de Hoge Raad van 14 augustus 2015, had de hoofdbewaarder de bijwerking moeten opschorten.
De Afdeling vernietigt daarom het besluit van 17 april 2014 voor zover het bezwaar tegen de bijwerking van de BRK ongegrond is verklaard, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand vanaf het moment dat het vonnis kracht van gewijsde kreeg. Tevens bepaalt de Afdeling dat de hoofdbewaarder geen besluit meer hoeft te nemen op het bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek om herstel van de BRK. De hoofdbewaarder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 17 april 2014 wordt deels vernietigd met inachtneming van de rechtsgevolgen vanaf het moment dat het onteigeningsvonnis kracht van gewijsde kreeg.