ECLI:NL:RVS:2016:2103
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag voorschotten 2009 en 2010 wegens onvoldoende bewijs kosten
Appellante maakte in de jaren 2009 en 2010 gebruik van gastouderopvang via een gastouderbureau. De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluiten van 1 juli 2014 de aan appellante toegekende voorschotten kinderopvangtoeslag voor deze jaren op nihil, omdat niet was aangetoond dat daadwerkelijk kosten waren gemaakt.
Appellante voerde aan dat haar eigen bijdrage was voldaan via verrekening met haar salaris als gastouder en dat zij niet verantwoordelijk was voor de administratie van het gastouderbureau. Zij stelde nadere stukken te zullen indienen ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat appellante geen bewijs had geleverd van betaling van de opvangkosten, zoals bankafschriften of een arbeidsovereenkomst die verrekening van salaris met kosten onderbouwt. Ook was er geen verklaring voor discrepanties in de bemiddelingskosten. De Raad van State bevestigt deze beoordeling en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd voor zover aangevallen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.