ECLI:NL:RVS:2016:2115
Raad van State
- Wraking
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen staatsraden wegens vermeende vooringenomenheid
Op 4 juli 2016 verzocht een partij om wraking van de staatsraden die betrokken waren bij de behandeling van drie bestuursrechtelijke zaken op 2 juni 2016. Het verzoek richtte zich tegen de voorzitter en leden die het verzoek tot heropening van het onderzoek hadden afgewezen.
De verzoeker stelde dat de staatsraden vooringenomen waren omdat zij zijn verzoek om heropening van het onderzoek hadden afgewezen zonder nadere motivering. Volgens hem wekte deze weigering de schijn van vooringenomenheid, mede omdat hij zich onvoldoende had kunnen voorbereiden op de zitting door late ontvangst van een uitnodigingsbrief.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat een wrakingsverzoek niet bedoeld is als rechtsmiddel tegen de inhoud van een procesbeslissing zoals de weigering tot heropening. Het ontbreken van een motivering maakt de procesbeslissing niet onrechtmatig en vormt geen grond voor vooringenomenheid. Bovendien had de verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden gesteld die een schending van de onpartijdigheid zouden aantonen.
De Afdeling stelde vast dat het wrakingsverzoek ongegrond was en wees het af. De staatsraden hadden geen gebruik gemaakt van de gelegenheid tot hoor en wederhoor tijdens de wrakingsprocedure en de verzoeker was niet verschenen bij de zitting van 13 juli 2016.
De uitspraak werd gedaan op 18 juli 2016 door de voorzitter M.G.J. Parkins-de Vin en de leden A.B.M. Hent en G. van der Wiel, in aanwezigheid van griffier J.J. Reuveny.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de staatsraden wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.