ECLI:NL:RVS:2016:2139
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling voorschot kinderopvangtoeslag wegens ontbreken betalingsbewijs
Appellant heeft in 2010 kinderopvangtoeslag aangevraagd voor gastouderopvang via twee gastouderbureaus. De Belastingdienst stelde het voorschot kinderopvangtoeslag op nihil omdat appellant geen volledige betalingsbewijzen of jaaropgaves kon overleggen die de totale kosten van kinderopvang aantoonden.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd van de gemaakte kosten, mede omdat de facturen slechts een deel van de opvangperiode besloegen en de bankafschriften niet overeenkwamen met de kwitanties. Appellant voerde aan dat zij door het faillissement van een gastouderbureau geen jaaropgave kon verkrijgen en dat zij contante betalingen deed vanwege schulden, maar dit werd niet als voldoende bewijs erkend.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het aan de aanvrager is om een deugdelijke administratie te voeren. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de nihilstelling van het voorschot kinderopvangtoeslag blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de nihilstelling van het voorschot kinderopvangtoeslag blijft gehandhaafd.