ECLI:NL:RVS:2016:216
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Belastingdienst over kinderopvangtoeslag 2011 wegens onjuiste vaststelling
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland inzake de herziening van de voorschotten kinderopvangtoeslag over 2010 en 2011 door de Belastingdienst/Toeslagen.
Voor het jaar 2011 heeft de Belastingdienst aanvankelijk een voorschot toegekend, maar later het recht op toeslag definitief vastgesteld op een iets lager bedrag. Tijdens het hoger beroep stelde de Belastingdienst dat appellante ook voor de eerste helft van 2011 aan de voorwaarden voldeed, waardoor het besluit over 2011 in haar voordeel zal worden herzien. Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard voor 2011.
Voor het jaar 2010 ontving appellante een voorschot, maar de Belastingdienst stelde dat zij niet had aangetoond dat zij alle kosten daadwerkelijk had voldaan en dat de opvang overeenkomstig de wet had plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat dit standpunt terecht was. Appellante kon niet voldoende bewijs leveren van contante betalingen aan de gastouder, waardoor het beroep voor 2010 werd afgewezen.
De Raad van State vernietigt daarom het besluit over 2011 en verklaart het beroep gegrond, terwijl het besluit over 2010 wordt bevestigd. Daarnaast veroordeelt de Raad de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit over 2011 wordt vernietigd, het besluit over 2010 wordt bevestigd.