ECLI:NL:RVS:2016:2189
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag voorzieningen Remigratiewet wegens ontbreken duurzame band met Nederland
Appellant had een aanvraag ingediend voor voorzieningen krachtens de Remigratiewet, die door de raad van bestuur werd afgewezen omdat appellant ten tijde van de aanvraag geen hoofdverblijf in Nederland had. Appellant voerde aan dat hij wel degelijk een duurzame band had met Nederland, onder meer door vrijwilligerswerk, een ondernemingsplan, een zelfstandige woonruimte en een arbeidsovereenkomst.
De rechtbank oordeelde echter dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij ten tijde van de aanvraag duurzaam in Nederland verbleef. Daarbij werd onder meer meegewogen dat appellant twee jaar voor de aanvraag had aangegeven in België te wonen, dat zijn vrouw en kinderen in België verbleven, en dat zijn oudste dochter in Marokko woonde en naar school ging. De arbeidsovereenkomst dateerde van na de aanvraag en kon daarom niet meewegen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd wegens ontbreken van een duurzame band met Nederland.