ECLI:NL:RVS:2016:22
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing aanvraag extra uren gefinancierde rechtsbijstand
Bij besluit van 5 augustus 2014 wees de raad een aanvraag van de advocaat van appellant om extra uren voor rechtsbijstand af. Appellant maakte bezwaar, dat op 23 december 2014 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant op 17 juli 2015 niet-ontvankelijk omdat appellant geen belang meer had, nu de zaak was beëindigd.
Appellant stelde dat het belang niet verviel omdat het toekennen van extra uren financiële gevolgen heeft en de advocaat de werkzaamheden niet kon beëindigen zonder die uren. De Afdeling overwoog dat het belang bij het beroep beoordeeld wordt op het moment van de beroepsbeoordeling en dat het vervalt als de rechtsbijstand is verleend en de zaak beëindigd, zonder financiële of andere gevolgen voor appellant.
De Afdeling concludeerde dat appellant geen belang meer had bij het beroep en dat de rechtbank dit terecht had geoordeeld. De advocaat had zelf bezwaar en beroep kunnen instellen tegen de afwijzing van extra uren, maar had dit nagelaten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens gebrek aan belang van appellant.