ECLI:NL:RVS:2016:2204
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet behalen inburgeringsexamen binnen gestelde termijn
Het dagelijks bestuur legde appellant een boete van €340,- op omdat hij het inburgeringsexamen niet binnen de gestelde termijn had behaald, conform artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering (Wi). Appellant voerde aan dat het besluit waarin de termijn werd gesteld niet rechtsgeldig was, omdat het niet persoonlijk was gericht en post door zijn vader was achtergehouden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van 16 mei 2011 wel rechtsgeldig was bekendgemaakt aan appellant, ondanks dat meerdere personen met dezelfde naam op het adres wonen en post werd achtergehouden. Appellant had bovendien in april 2011 contact gehad met het dagelijks bestuur over zijn inburgering, waardoor hij op de hoogte had moeten zijn.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant het niet behalen van het examen binnen de termijn kan worden verweten en dat de boete terecht is opgelegd. Het verzoek tot vernietiging van het besluit van 16 mei 2011 werd niet in behandeling genomen omdat dit besluit niet ter discussie stond in eerdere procedures en inmiddels onherroepelijk is geworden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete wegens het niet binnen de gestelde termijn behalen van het inburgeringsexamen.