ECLI:NL:RVS:2016:2212
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing erkenning als referent
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 22 april 2014 de aanvraag van wederpartij tot erkenning als referent af. Wederpartij maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde wederpartij beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 21 januari 2016 gegrond verklaarde en het besluit vernietigde.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onderzocht de ontvankelijkheid van het beroep. Uit het dossier bleek dat het besluit uiterlijk op 1 september 2014 was verzonden, waardoor de termijn voor het indienen van het beroepschrift op 29 september 2014 eindigde. Het beroepschrift werd echter op 2 oktober 2014 gepost, dus buiten de wettelijke termijn.
Wederpartij voerde geen omstandigheden aan die het verzuim konden rechtvaardigen. De rechtbank had het beroep daarom niet-ontvankelijk moeten verklaren. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.