ECLI:NL:RVS:2016:2240
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering openbaarmaking documenten en procedurele beslissingen
De zaak betreft een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van documenten, dat door de minister is afgewezen. Appellant stelde bezwaar en beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar. De rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk en oordeelde dat de minister onterecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard vanwege een vermeend gebrek aan machtiging.
De minister stelde hoger beroep in tegen de overweging dat hij niet objectief zou hebben gehandeld bij het vragen van een specifieke machtiging. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat hiervoor onvoldoende bewijs was en dat de minister niet met vooringenomenheid had gehandeld. Tevens stelde appellant incidenteel hoger beroep in tegen de proceskostenvergoeding en griffierechtvergoeding, waarbij de Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet op het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit had beslist en het griffierechtbedrag onjuist had vastgesteld.
De Afdeling verklaarde de hoger beroepen gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze naliet te beslissen op het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit en corrigeerde de griffierechtvergoeding. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit werd niet-ontvankelijk verklaard. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het juiste griffierechtbedrag van €167,00 aan appellant.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften, correcte beoordeling van machtigingen en juiste vaststelling van griffierecht en proceskosten in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk, met veroordeling van de minister tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.