ECLI:NL:RVS:2016:2258
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing huurtoeslag wegens zelfstandigheid woonruimte
Appellant ontving huurtoeslag voor een woonruimte aan een adres te Heerlen, waar hij van maart tot september 2013 woonde. De Belastingdienst stelde het voorschot huurtoeslag voor die periode op nihil, omdat appellant niet aannemelijk zou hebben gemaakt dat hij een zelfstandige woonruimte huurde. Volgens de Dienst was er slechts één zelfstandige woning op het adres, waar ook een andere bewoner stond ingeschreven.
Appellant stelde dat het pand was verbouwd tot twee zelfstandige appartementen met eigen voordeuren en voorzieningen. Hij overlegde een verklaring van de eigenaar, een huurovereenkomst en een aangifte van verhuizing. De rechtbank oordeelde echter dat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij alleen woonde en dat er twee zelfstandige woonruimtes waren.
De Raad van State oordeelt dat appellant met de overgelegde stukken voldoende heeft aangetoond dat het pand twee zelfstandige woonruimtes bevat. De verklaring van de eigenaar, de huurovereenkomst en de verhuisaangifte bevestigen dit. De Belastingdienst mocht niet uitgaan van één woning per GBA-adres zonder bewijs van het tegendeel.
Daarom vernietigt de Raad van State het besluit van de Belastingdienst en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en herroept het besluit dat het voorschot op nihil stelde. De oorspronkelijke vaststelling van het voorschot blijft van kracht. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst om het voorschot huurtoeslag op nihil te stellen wordt vernietigd en het oorspronkelijke voorschot wordt hersteld.