ECLI:NL:RVS:2016:2305
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging dwangsombesluit bouwstop wegens ontbreken begunstigingstermijn
Het college van burgemeester en wethouders van Ronde Venen legde op 28 maart 2014 aan [appellante] een last onder dwangsom op om bouwwerkzaamheden op haar perceel te staken, zonder een begunstigingstermijn te verbinden. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] tegen deze last en de invordering van de dwangsom ongegrond, omdat de bouwstop op 29 maart 2014 in werking zou zijn getreden en de dwangsom daardoor terecht was verbeurd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat het besluit pas bekend is gemaakt op de verzenddatum 28 maart 2014, maar dat de feitelijke ontvangst pas op 29 maart 2014 kon plaatsvinden. Omdat de Awb vereist dat bij een last onder dwangsom een termijn wordt gesteld waarbinnen uitvoering kan worden gegeven zonder dat de dwangsom verbeurd raakt, is het besluit in strijd met artikel 5:32a, tweede lid, Awb genomen.
Daarom wordt het dwangsombesluit en het daarop gebaseerde invorderingsbesluit herroepen. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van [appellante] gegrond verklaard. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. Hiermee wordt de rechtsbescherming van de belanghebbende versterkt door het waarborgen van een redelijke termijn voor naleving van bestuursrechtelijke lasten.
Uitkomst: Het dwangsombesluit en het invorderingsbesluit worden herroepen wegens het ontbreken van een begunstigingstermijn, en het beroep van [appellante] wordt gegrond verklaard.