ECLI:NL:RVS:2016:2313
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- A.B.M. Hent
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verklaring van geen bezwaar wegens onvoldoende gegevens veiligheidsonderzoek
De minister van Defensie trok op 12 februari 2014 de verklaring van geen bezwaar (vgb) in die aan [wederpartij] was afgegeven vanwege onvoldoende gegevens in het veiligheidsonderzoek, mede door het ontbreken van informatie over de partner uit Moldavië. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en herroept het intrekkingsbesluit. De minister ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad oordeelt dat de functie van [wederpartij] wel degelijk als vertrouwensfunctie is aangemerkt waarvoor een vgb vereist is. Vervolgens stelt de Raad vast dat artikel 10 van Pro de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo) ten tijde van het besluit geen grondslag bood voor intrekking van de vgb wegens onvoldoende gegevens in het veiligheidsonderzoek, hetgeen de rechtbank ook terecht had overwogen.
Echter, de rechtbank had niet zelf het intrekkingsbesluit mogen herroepen; dit behoort tot de bevoegdheid van de minister die een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. De Raad vernietigt daarom het deel van de uitspraak waarin de rechtbank het intrekkingsbesluit herroept en bevestigt de rest van de uitspraak. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het deel van de uitspraak dat het intrekkingsbesluit herroept en bevestigt de rest, met de verplichting voor de minister een nieuw besluit te nemen.