ECLI:NL:RVS:2016:233
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor legalisatie bouwwerk in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad verleende op 21 oktober 2013 een omgevingsvergunning voor de legalisatie van een aanbouw met opbouw en bijgebouw op een perceel in Zaandam, ondanks dat het bouwwerk in strijd was met het bestemmingsplan, omdat het meer dan 50% van het erf bebouwde en de goothoogte hoger was dan toegestaan.
De appellant stelde dat het bouwwerk niet omgevingsvergunningvrij was voor de activiteit bouwen vanwege de feitelijke hoogte en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het bouwen niet herleefde bij het verlenen van een vergunning voor het gebruik. De Afdeling oordeelde dat het college terecht de vergunning voor de activiteit bouwen buiten behandeling had gelaten, omdat het bouwwerk voldeed aan de voorwaarden van artikel 3 van Pro bijlage II bij het Bor, en dat een vergunning voor het gebruik noodzakelijk was.
Verder betoogde de appellant dat het college de vergunning niet redelijk had kunnen verlenen omdat onduidelijk was of de trendsetterregeling uit de Nota Woonbebouwing correct was toegepast. De Afdeling stelde vast dat het college aannemelijk had gemaakt dat het bouwwerk paste binnen de bouwmassa van vergelijkbare bouwwerken in de omgeving en dat de trendsetterregeling correct was toegepast.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunning voor het gebruik van het bouwwerk en verklaart het hoger beroep ongegrond.