ECLI:NL:RVS:2016:2336
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last bodemsanering na brand met drugslaboratorium
Het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal heeft op 21 juni 2016 aan verzoeker een last onder dwangsom opgelegd om de bodemverontreiniging op zijn perceel te saneren. Deze verontreiniging is ontstaan door een brand op 19 maart 2015 in een drugslaboratorium gevestigd in een schuur op het perceel.
Verzoeker stelde dat hem geen verwijt treft omdat de strafzaak tegen hem wegens gebrek aan bewijs was geseponeerd en dat het college niet bevoegd was tot handhaving. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het college bevoegd was omdat verzoeker geen maatregelen had getroffen om de bodemverontreiniging ongedaan te maken, wat in strijd is met de Wet milieubeheer en de Wet bodembescherming.
Verder voerde verzoeker aan dat hij de kosten van sanering en dwangsom niet kon betalen vanwege het beëindigen van zijn bedrijf en zijn financiële situatie. De voorzieningenrechter stelde dat het milieubelang zwaarder weegt dan het financiële belang van verzoeker en dat de financiële draagkracht geen doorslaggevende rol speelt bij het opleggen van een last onder dwangsom.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last tot bodemsanering wordt afgewezen.