ECLI:NL:RVS:2016:2359
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering huurtoeslag wegens overschrijding heffingsvrij vermogen in 2012
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 15 augustus 2014 de huurtoeslag van appellant over 2012 definitief vast op nihil en vorderde € 2.228,00 terug aan teveel betaalde voorschotten. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep door de rechtbank Oost-Brabant ongegrond verklaard. Appellant stelde dat de relatie met haar partner op 24 februari 2012 was beëindigd, waardoor haar vermogen lager zou zijn dan vastgesteld, en verwees naar haar financiële nood.
De Raad van State oordeelt dat de Belastingdienst bij de bepaling van de draagkracht het verzamelinkomen en het voordeel uit sparen en beleggen zoals vastgesteld in de aanslag inkomstenbelasting 2012 moet hanteren, met als peildatum 1 januari 2012. De beëindiging van de relatie na deze peildatum en persoonlijke omstandigheden rechtvaardigen geen afwijking van deze regel. De rechtbank heeft dit terecht beoordeeld en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak dat appellant geen huurtoeslag over 2012 ontvangt vanwege overschrijding van het heffingsvrije vermogen op 1 januari 2012.