ECLI:NL:RVS:2016:2361
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdheid bestuursrechter bij schadevergoeding wegens onrechtmatige rechtspraak Hof van Discipline
Appellant verzocht de rechtbank om de Staat te veroordelen tot schadevergoeding wegens onrechtmatige rechtspraak door het Hof van Discipline in een klachtprocedure tegen zijn advocaat. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat het Hof van Discipline geen bestuursorgaan is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en derhalve de bestuursrechter niet bevoegd is om over deze vordering te oordelen.
Appellant voerde aan dat de civiele rechter partijdig zou zijn en dat de bestuursrechter op grond van het EVRM toegang tot een onafhankelijke rechter moest bieden. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het Hof van Discipline een onafhankelijk bij wet ingesteld orgaan is dat met rechtspraak is belast en daarom geen bestuursorgaan vormt. Artikel 8:88 Awb Pro is dan ook niet van toepassing.
De Afdeling concludeerde dat appellant zijn vordering uitsluitend bij de burgerlijke rechter kan instellen en dat het gebrek aan vertrouwen in de civiele rechter daaraan niet afdoet. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bestuursrechter is onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige rechtspraak door het Hof van Discipline; de civiele rechter is exclusief bevoegd.