ECLI:NL:RVS:2016:2376
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering gedoogstatus voor verkoop drugs in horeca-inrichting in Den Haag
De appellant exploiteert een horeca-inrichting in Den Haag waar in de jaren negentig drugs werden verkocht onder een gedoogstatus, die in 1999 werd ingetrokken vanwege de nabijheid van een school. Na sluiting van de school verzocht appellant in 2014 om hernieuwde gedoogstatus, maar de burgemeester weigerde dit in een brief van november 2014 en verklaarde het bezwaar daarop niet-ontvankelijk.
Appellant stelde dat de brief wel een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro was en dat bijzondere omstandigheden, zoals het sluiten van de school en het aantal gedoogde coffeeshops, een appellabel besluit rechtvaardigden. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat een weigering om te gedogen, behoudens bijzondere omstandigheden, geen besluit is en dat intrekking van een gedoogverklaring geen zelfstandige betekenis heeft zolang er niet daadwerkelijk wordt gehandhaafd.
De Afdeling concludeerde dat het feit dat de school gesloten is en het aantal gedoogde coffeeshops geen klemmende concrete gronden vormen voor een rechtsplicht tot gedogen. Daarom is de brief van 14 november 2014 geen besluit en is het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering om opnieuw een gedoogstatus te verlenen is bevestigd.