ECLI:NL:RVS:2016:2384
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onterecht geen proceskostenvergoeding bij aanvullend beroepschrift vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om verlenging van zijn verblijfsvergunning af, trok de vergunning in en legde een inreisverbod op. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen. Tevens kende de rechtbank een proceskostenvergoeding toe voor het eerste beroepschrift en de zitting, maar niet voor een aanvullend beroepschrift dat de vreemdeling later indiende.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en klaagde dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding had toegekend voor het aanvullende beroepschrift. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het aanvullende beroepschrift als een aanvulling op het oorspronkelijke beroep moet worden beschouwd en dat de rechtbank daarom onterecht geen proceskostenvergoeding had toegekend.
De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak waarin geen proceskostenvergoeding werd toegekend voor het aanvullende beroepschrift, bevestigde de rest van de uitspraak en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. Hiermee werd de belangen van de vreemdeling op het gebied van proceskostenbescherming versterkt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover geen proceskostenvergoeding werd toegekend voor het aanvullende beroepschrift.