ECLI:NL:RVS:2016:2411
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag voorzieningen Remigratiewet wegens onvoldoende ononderbroken verblijf
Appellant heeft bij besluit van 19 mei 2014 een aanvraag om voorzieningen krachtens de Remigratiewet ingediend, welke is afgewezen door de raad van bestuur. Dit besluit is bij bezwaar en beroep gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de vraag of appellant ten tijde van de aanvraag gedurende drie jaren ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad. Appellant stelde dat uit uitreisstempels blijkt dat hij in 2011 slechts kort in Turkije verbleef en dat hij al toen een duurzame persoonlijke band met Nederland had. De raad van bestuur stelde dat appellant pas vanaf 17 april 2012 hoofdverblijf in Nederland had.
De Afdeling overwoog dat de Remigratiewet geen dubbel hoofdverblijf kent en dat de raad van bestuur beoordelingsvrijheid heeft bij de invulling van het begrip hoofdverblijf. Gelet op eerdere besluiten, reisbewegingen en het door appellant ondertekende formulier waarin hij aangaf in oktober 2011 voor kort verblijf naar Nederland te zijn gekomen, concludeerde de Afdeling dat appellant niet voldeed aan het vereiste van drie jaren ononderbroken verblijf. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de aanvraag wegens het niet voldoen aan het vereiste van drie jaren ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland.