ECLI:NL:RVS:2016:2429
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor dakopbouwen in Haarlem
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem verleende op 17 december 2014 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van drie dakopbouwen op drie percelen in Haarlem. Tegen dit besluit maakte verzoeker bezwaar, dat op 22 april 2015 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank Noord-Holland, die op 27 november 2015 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om de besluiten te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was om de vergunning te schorsen, omdat er geen voorshands reden was om aan te nemen dat de vergunning in de bodemprocedure zou worden vernietigd. Ook zijn de gevolgen van het bouwplan niet onomkeerbaar, ondanks dat het terugbrengen van de woningen in de oorspronkelijke staat kostbaar en complex is. De vergunninghouder maakt gebruik van de vergunning op eigen risico zolang deze niet onherroepelijk is.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Dit betekent dat de vergunning geldig blijft totdat de Afdeling een definitieve uitspraak doet in het hoger beroep over de vergunning.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor dakopbouwen wordt afgewezen.