ECLI:NL:RVS:2016:2444
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling laten aanvraag Nederlandse identiteitskaart wegens weigering vingerafdruk
Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg liet op 22 augustus 2011 de aanvraag van appellant voor een Nederlandse identiteitskaart buiten behandeling omdat appellant weigerde zijn vingerafdrukken af te staan. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 15 februari 2012 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat hij sinds oktober 2012 over een nationaal paspoort beschikte en daardoor geen belang meer zou hebben.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat appellant wel degelijk belang heeft bij een oordeel over de rechtmatigheid van het buiten behandeling laten van zijn aanvraag. De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat de opname van vingerafdrukken op de identiteitskaart destijds niet gerechtvaardigd was, waardoor het buiten behandeling laten onrechtmatig was.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college van 15 februari 2012, en herroept het besluit van 22 augustus 2011. Het college wordt verplicht de aanvraag alsnog in behandeling te nemen indien appellant nog geen identiteitskaart bezit. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit om de aanvraag buiten behandeling te laten wordt vernietigd en de aanvraag dient alsnog in behandeling te worden genomen.