ECLI:NL:RVS:2016:2511
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Drank- en Horecavergunning wegens slecht levensgedrag
De burgemeester van Lelystad weigerde op 10 november 2014 aan appellant een vergunning te verlenen voor de exploitatie van een horeca-inrichting op grond van slecht levensgedrag zoals bedoeld in artikel 8 van Pro de Drank- en Horecawet (DHW). Dit besluit werd bevestigd in bezwaar en door de rechtbank Midden-Nederland op 27 november 2015.
Appellant stelde in hoger beroep dat alleen de in het Besluit eisen zedelijk gedrag DHW 1999 genoemde feiten relevant zijn voor de beoordeling van slecht levensgedrag en dat hij in hoger beroep was vrijgesproken van uitkeringsfraude. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat artikel 3 van Pro het Besluit geen uitputtende opsomming bevat en dat ook andere feiten en omstandigheden mogen worden betrokken.
De Afdeling achtte de samenvatting van politieregisters en de Justitiële documentatie voldoende om te concluderen dat appellant in enig opzicht van slecht levensgedrag is, ook al was hij in hoger beroep vrijgesproken van uitkeringsfraude. De weigering van de vergunning werd daarom terecht gehandhaafd. De Afdeling bevestigde het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de Drank- en Horecavergunning wegens slecht levensgedrag.