ECLI:NL:RVS:2016:257
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ontheffing inburgeringsplicht na opvolgende aanvraag
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht wees op 14 januari 2014 het verzoek van appellant om ontheffing van de inburgeringsplicht af. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 4 juli 2014 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Limburg, die op 11 februari 2015 het beroep ongegrond verklaarde. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat appellant eerder verzoeken om ontheffing had ingediend die waren afgewezen, waardoor het huidige verzoek als een opvolgende aanvraag moest worden aangemerkt. Er waren geen nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden die een ander oordeel rechtvaardigden. Ook was er geen relevante wijziging in het recht die tot een andere beslissing zou leiden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 3 februari 2016 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.