ECLI:NL:RVS:2016:2589
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep vreemdeling tegen intrekking verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie trok bij besluit van 17 maart 2014 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van een Ivoriaanse vreemdeling in, met terugwerkende kracht tot 30 juni 2010, toen het categoriaal beschermingsbeleid voor Ivoorkust werd beëindigd. De vreemdeling had sinds 2009 in Nederland verbleven en stelde dat zij vanwege mishandelingen en psychische klachten recht had op bescherming. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het intrekkingsbesluit.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat nader medisch onderzoek nodig was naar aanleiding van een rapport van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (iMMO). Volgens de staatssecretaris was het asielrelaas van de vreemdeling op hoofdlijnen ongeloofwaardig vanwege vaagheid en inconsistenties, en was er geen medisch advies ingewonnen voorafgaand aan de asielgehoren in 2009.
De Raad van State oordeelde dat het iMMO-rapport weliswaar aangaf dat psychische problematiek het vermogen van de vreemdeling om coherent te verklaren kon beïnvloeden, maar dat dit niet betrekking had op de kern van het asielrelaas. De staatssecretaris had daarom terecht geen nader medisch onderzoek laten verrichten. De Raad volgde de staatssecretaris in zijn oordeel dat het asielrelaas ongeloofwaardig was en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Daarmee werd het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.