ECLI:NL:RVS:2016:2596
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens geannuleerde uitzetting
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank en maakte bezwaar tegen een voorgenomen feitelijke uitzetting. Hij vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen. Vervolgens trok hij het verzoek om voorlopige voorziening in nadat de staatssecretaris hem informeerde dat de uitzetting was geannuleerd wegens het verlopen van de laissez passer.
De vreemdeling verzocht gelijktijdig met de intrekking om een proceskostenveroordeling van de staatssecretaris. De staatssecretaris betwistte dit verzoek, maar de voorzieningenrechter stelde vast dat het verzoek tijdig was ingediend. Gezien de intrekking het gevolg was van tegemoetkoming door de staatssecretaris, werd het verzoek om proceskostenveroordeling als gegrond beoordeeld.
De voorzieningenrechter veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €496,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij op 9 september 2016.
Uitkomst: De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €496,00 na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening wegens geannuleerde uitzetting.