ECLI:NL:RVS:2016:2628
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing bestemmingsplan Plassengebied met geschillen over bouwmogelijkheden en bestemmingen
De Raad van State heeft op 5 oktober 2016 uitspraak gedaan in een zaak waarin meerdere appellanten beroep instelden tegen het bestemmingsplan "Plassengebied" vastgesteld door de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk op 24 juni 2015.
Het bestemmingsplan beoogt een kwaliteitsverbetering van water, natuur en landschap in het plassengebied, met behoud en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden en een hoogwaardig woon- en recreatiegebied. Diverse appellanten betwisten onder meer de toegestane bouwvolumes op hun percelen, de bestemming van landtonggebieden, de toekenning van permanente woonbestemmingen aan zomerwoningen, en de toelaatbaarheid van aanlegsteigers.
De Afdeling toetst terughoudend of de raad zich redelijk heeft kunnen opstellen en of het plan in overeenstemming is met het recht. Zo is geoordeeld dat de beperking van bouwvolume op het perceel van appellant sub 1 rechtvaardig is gezien de voorgeschiedenis en ruimtelijke belangen. Het beroep van appellant sub 2 op bouwmogelijkheden op een landtong is niet-ontvankelijk of faalt inhoudelijk, omdat de landtong geen onbebouwd perceel is en initiatieven niet passen binnen het beleid. Voor appellant sub 3 is het beroep deels gegrond omdat de raad geen persoonsgebonden overgangsrecht heeft opgenomen voor permanente bewoning van een zomerwoning, ondanks langdurig gebruik en gedoogbeschikking.
Andere appellanten, zoals sub 4, 5, 6, 7 en 8, voeren uiteenlopende bezwaren aan over bouwvlakken, inhoudsmaten, bestemmingen en overgangsrechten. De Afdeling oordeelt dat de raad in de meeste gevallen redelijk heeft gehandeld, maar stelt vast dat de raad onvoldoende heeft onderzocht of herbouw van bestaande bijbehorende bouwwerken op het perceel van appellant sub 4 mogelijk moet zijn, waardoor sprake is van een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.
Het beroep van Exploitatiemaatschappij Elfhoeven B.V. over het ontbreken van extra aanlegplaatsen bij een restaurant wordt afgewezen, omdat de raad voldoende motivering heeft gegeven en de bestaande aanlegsteiger met 46 ligplaatsen ruim voldoende is. De Afdeling concludeert dat het bestemmingsplan in redelijkheid is vastgesteld en dat de beroepen grotendeels falen, met uitzondering van het punt over persoonsgebonden overgangsrecht voor appellant sub 3 en het zorgvuldigheidsgebrek bij appellant sub 4.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan worden afgewezen, behalve het beroep van appellant sub 3 over het ontbreken van persoonsgebonden overgangsrecht, en de raad wordt teruggewezen voor onvoldoende zorgvuldigheid bij appellant sub 4.